Hives
1994 - 1995
Zondag 1 jan. Natte sneeuwbuien.
Ik zit in mijn atelier en laat gaten vallen in de dichte vachtwanden, maar voor mij gaapt de afgrond van de lay-out, het spelen met de modules.
Maandag 2 jan. Sneeuwstormen, ijzel, hagel.
Had een merkwaardige dag gisteren. Zo vastbesloten om het zichtbare beeld te veranderen. Sneed eerst van boven naar beneden met een mes de modules aan flarden, maak open gaten in de wanden, bouwde dikke pakketten van honderden modules en bleef het lay-outen vinden. Ik schreeuwde tegen Nina, die op het atelier kwam, dat ik er niet tegen kan te spelen met gedaan werk. Werken moet een state of mind zijn, niet kunnen laten. ‘Dan moet je de modulen maar omdraaien’ zei ze. En verdomd, zowaar, dat deed ik. Al die honderden modules met vacht, oh prachtige, ijdele vacht, met de letters erin, en de woorden. Ik draaide het allemaal op. Nu gaat de buitenkant naar binnen en kijk ik tegen de vuile pissige bezoedelde achterkant van de vacht modules aan. De binnenkant van de modules.
Het is exact precies, haarfijn het beeld dat overeenkomt met mijn gevoel zoals ik nu sta met mijn werk na Aalst en Arnhem. En tegelijkertijd een trots gevoel, want zo’n simpel gebaar, het omdraaien van wat zichtbaar is, om te openen, ruimte te maken. Radicaal om.
Gisterenmiddag belde ene Hans van Wingerden van het Kunstenaarsinitiatief NOVA ZEMBLA in Den Bosch, naar aanleiding van het Kabinet in Arnhem. Hij vroeg om documentatie over mijn werk voor een eventuele tentoonstelling over: Het grensgebied tussen twee en drie dimensionaal werk. Een tentoonstelling in april / mei.
Hans van Wingerden belde op of ik een tentoonstelling wil maken in Nova Zembla in Den Bosch. Ja natuurlijk. We gaan morgen kijken. Kan daar twee weken werken om een tentoonstelling van twee weken te maken.
Moet in april die tentoonstelling maken. Het oude academiegebouw, waar nu 27 ateliers in gevestigd zijn met een enorme expositiezaal. Zo hoog (7m. hoog en wanden van 13 m.) Of ik daar op korte termijn iets wil doen. Kan 10 - 11 dagen voorbereiden. Het zijn daar aardige mensen. Goed.
Woensdag 20 jan. Zacht, regen.
Dacht vannacht plotseling dat ik wist hoe het moet in Nova Zembla. M’n lijf voelend onder het dekbed, het vel zo bloot, zo kwetsbaar. Nova Zembla.
De overleving, het enige in mijn werk dat nog telt. Met mijn werk overleven. Mijn werk heeft gemaakt dat ik overleefde.
Daar ging het werk ‘ IDOMENEO ‘ ook over: Overleven.
Dacht mezelf een hut te bouwen van mijn eigen elementen, de modules. Uitgaande van een tafel en een stoel, en het rondom me dicht te bouwen.
Mijn tafel staat in een kring van aan elkaar geniete modules, waar ik in stap. Vind het prachtig,
Vrijdagavond laat, wist ik plotseling hoe ik moest gaan bouwen met mijn modules.
Het schoot als een pijl door mijn hoofd en ik was er stom verbaasd en opgewonden van. Zag duidelijk voor me hoe ik de modules aan elkaar kon verbinden door middel van paperclips. En dan niet één, maar de hele vloer van de tentoonstellingruimte in Nova Zembla bebouwen met een dorp. Behouden Huizen, cellen, die ik stuk voor stuk opbouw zolang als ik daar kan werken. Een soort Iglo’s (ja, ja, Mario Merz). Maar van vorm kan het niet anders.
Mijn iglo, waar ik uren aan bouwde, ligt als een kaartenhuis ineen.
Zal toch met een constructie moeten bouwen. Vier elektriciteitsbuizen aan elkaar monteren.
Dinsdag 24 jan.
Wij zijn als razende bezig met het bouwen van de eerste iglo. Vijf rijen hoog en het wiebelende skelet van elektriciteitsbuizen staat nog onaangeraakt. Door de paperclips is het mogelijk de modules nog te schuiven, te tunen, onder spanning te zetten. Het is fantastisch.
Woensdag 25 jan. Stil zacht weer
En het wonder gebeurde.
Gisterenmiddag dichtten we de ‘iglo’ en voorzichtig begon ik te proberen of hij zonder support van de elektriciteitsbuizen kan. En ja, hij staat als een huis. Zo’n wonder.
Had dan ook de neiging om als Icarus er boven te gaan vliegen en me er op te laten vallen. Om van vreugde en verwondering de iglo te vernietigen. Zo’n besloten binnenwereld hebben we gebouwd. Een kinderlijke ervaring van geborgenheid. Ik besloot dat ik alle duizenden modules uit wil sorteren, zodat ik met alle series die ik gedrukt heb, aparte gebouwen kan maken. Een zwart gebouw, de binnenkant van de vacht,een vachtgebouw, een tekstgebouw, etc. Eindelijk ben ik ruimtelijk, van de muur af.
Pure vreugde over wat hier op het atelier gebeurde.
Ben begonnen aan een reusachtige ‘ iglo ‘, straal 3 à 3,50 m. Weet niet of ik dat man. Maar het is fascinerend zo nauw als het luistert. Het hangt op millimeters, zo valt de spanning weg, zo klop ik hem er weer in. Het is een bouwsel van letterlijk niks.
Ik droom van dat bouwen, zie overal gespannen bogen, zelfs als ik nog even TV kijk, staat alles hol en bol. HOL, en BOL.
Vrijdag 24 februari. Koud en nat.
Heb tientallen verwoede pogingen gedaan om de koepel van het gebouw sluitend te krijgen, het lukte me niet.
Zondag 1 april. Grijs maar zacht.
Begon dinsdagmiddag te bouwen op Nova Zembla.
Dag in dag uit reden we naar en van Den Bosch en bouwden 9 iglo’s, een dorp, een landschap.
Vrijdag 25 augustus. De zomer is gebroken.
Wordt opgebeld dat de tentoonstelling in de Elleboogkerk in Amersfoort doorgaat: drie Duitse grafici en een Nederlander, dat ben ik.
De Elleboogkerk. Claimde de abcis, als stuk met de meeste beslotenheid. Een dwingende stalen structuur op drie meter hoogte waar TL balken aan hangen is verschrikkelijk en beperkt mij in de hoogte. Thuisgekomen wist ik precies hoe ik die enorme ruimte wilde gebruiken:
Een grote ronde Hut tot aan de maximale hoogte, en over de wanden modules verstrooien die als vlinders de structuur doorbreken en de lucht ingaan.
Ruim een week gebouwd aan een Hut van 5 diameter in de Elleboogkerk te Amersfoort. Zo spannend. Het beeld van de modules aan de buitenkant. Alleen door steeds te hernemen, te corrigeren, met het leren sponshamertje aan te slaan, stond hij woensdagmiddag autonoom. De vloer in de hut bedekt met honderden modules, op, naast en over elkaar heen.
Zaterdag 30 sept. Rustig, vochtig herfstweer.
Zit in mijn nieuwe Hut te schrijven. Gisterenavond de top dicht gemaakt. Het is de sterkste en massiefste Hut die ik ooit bouwde. Driedubbele funderingslagen en dan met enkelvoudige modules omhoog. Er is er niet een zonder spanning. Toch wel een: IK.
Ik wilde het al lang, gebruikte stroken noppenfolie in mijn Hut ophangen. Het wordt een zwarte krocht.
Middag, zit in mijn Hut. Ben toch blij dat ik het heb doorgezet. En het merkwaardige is dat ik deze Hut althans een doorsnee daarvan, met omlaag hangende velletjes, al tekende in mijn tekenboek op 24 september 1992. Meer dan drie jaar geleden!
Woensdag 25 okt. Nu lijkt het mooie weer voorbij. De wind steekt op.
Ik wil alle wanden van het atelier bedekken met de drukstroken van noppenfolie, zodat de wanden zwart en zacht worden.
Bijna zijn de wanden van het atelier bedekt met drukstroken noppenfolie. Het is gruwelijk mooi. Met de hangende stroken hier in mijn hut en de stroken aan de muur kan me van buitenaf niets meer gebeuren. Gecapitonneerd door en voor een gek. Binnenruimte.
Maandag 25 dec. Het heeft rauw gevroren en nu sneeuwt het. Mooi buiten.
Ik plak stroken noppenfolie in de lengte aan elkaar en laat ze als lamellen vanaf de balk naar beneden hangen, een wand waar de warmte toch doorheen kan. Mijn eigen Chapelle Ardente. (Funeral is expected)
De afsluiting van het atelier is prachtig en noodzakelijk. Had last van alle rotzooi waar ik tegenaan keek.
Donderdag 28 dec. Tien graden onder nul. Rauwgevroren en de zon schijnt fel.
De lucht is kristalhelder blauw en verdiept naar de einder naar donkerblauw, zodat de ijle witte toppen van de bomen en het griend er schitterend tegen afsteken. Prachtig.
Zal ik de slierten, de lamellen, waarvan ik nu een afscheiding gemaakt heb uitbreiden in de ruimte als een bos? Denk het. Maar dan wordt het hier nog kouder. Moet ik toch een elektrisch kacheltje kopen voor de Hut.
Zaterdag 30 dec. Schaatsers laten het ijs van de Linge zingen. Het is intens koud.
Ik zal aan het ‘ Noppenfolie-bos beginnen ‘. Dat zag ik en dat wil ik.
Hoewel ik ook het besef heb outdated te zijn en al dat gesjouw in ‘mijn leven in en voor de kunst’ voor de katsekut is. En dat er met mij honderden kunstenaars zijn die sjouwen voor de KATSEKUT.
Woensdag 10 jan. Zacht en nat.
This is the day. En gisteren was er ook een!
Wist volstrekt niet wat ik zou moeten doen hier in deze Hut. Maakte bij het schemerige lampje een plankje aan deze tafel vast. Zei tegen Nina dat ik geen enkele zin had, dat het klaar was en op was.Terug naar mijn hut dacht ik aan die tekeningen die ik op transparante folie gemaakt heb om op het noppenfolie te projecteren. Ik kon niet goed zien wat ik deed en maakte in een vloek en een zucht van een standaard en een kluslamp een wereldlamp boven mijn tafel. Nu ligt mijn wereld echt hierbinnen. Zocht nog meer folie om op te tekenen. Haalde strijkijzer hierbinnen en vannacht lag ik nog te sealen. Alles wat lief, innig en dierbaar is zal ik sealen, opsluiten Voor eeuwig, het verval te slim af zijn.
Het leek vannacht wel of ik onder stroom sta, alles kriebelt in mijn lijf, er is geen boven noch onder, links is rechts en andersom, niets klopt meer, totale vervreemding. Zo erg mis ik mijn werk.
(Ron wordt opgebeld door een docent van de van Eyck academie in Maastricht met de vraag of hij voor de leerlingen een lezing wil houden over zijn werk. Dit naar aanleiding van het werk IDOMENEO, dat hij op de grote tentoonstelling in Aalst in België gezien had. Bij die lezing moet hij dia’s van zijn werk laten zien en dus wordt de projector weer tevoorschijn gehaald.)
Donderdag 21 maart. Prachtig lenteweer.
In de weer met projectie, hoewel ik die gisteren al afzwoer. Kan niet tegen de
Plaatjes die ik projecteer met de 6x6 projector. Nu heb ik de oude overheadprojector in mijn Hut gehaald. Witte A viertjes op de lamellen gehangen en we zien wel.
Altijd moet het nog wat zijn, bewijzen dat ik nog vol ben met beelden, maar ik
ben hartstikke leeg. Geen enkele scheet meer in de bus!
Zondag 31 maart. De zomertijd zet in met een flink pak sneeuw.
Nam gisterenavond voor ik naar bed ging een groot besluit.
De hut waarin ik nu al 8 maanden zit en het bos er omheen brengen me niet verder.
Mijn werk stagneert, ik word er niet meer door uitgedaagd, aangejaagd, dus nu,
heute, begin ik met afbreken. Totaal! Zodat ik, als ik a.s. donderdag uit
het ziekenhuis kom in een schoon leeg atelier kan beginnen. Of nooit meer,
dat zien we dan wel.
Maandag 1 april. Na nachtvorst prachtig messcherp weer.
In een onttakeld atelier. Geloof dat het me oplucht en mogelijkheden geeft.
Hoera Terug uit het ziekenhuis. De vaatchirurg zei: ‘ U kunt zichzelf aanbieden
In de rubriek Z.G.A.N. (zo goed als nieuw)
Nieuw, hartstikke nieuw. En in een nieuw atelier.
